Hoe kan ik me als aankomend leerkracht profileren?

We praten er met elkaar over

Drie typen van interactie

8

Figuur. Nelissen (2002, p.7)

Interactief leren is een vorm van van leren. Nelissen (2002) beschrijft drie typen interactie: horizontale, verticale en simultane interactie. Horizontale interactie is de interactie tussen leerlingen onderling. Deze vorm van interactie leent zich goed voor verkenning van een nieuw onderwerp omdat er dan iets uit te zoeken en te ontdekken valt.

Onder verticale interactie wordt de interactie tussen de leerkracht en één leerling, een groepje leerlingen of de hele klas verstaan. Nelissen wijst op het risico dat leerlingen op het vragenpatroon van de leerkracht in rechtvaardigende zin reageren, terwijl de leerkracht hoopt dat de vragen kritisch denken uitlokken. Met name bij vragen als: ‘Hoe heb je gedacht?’ of ‘Waarom doe je dat zo?’ of ‘Waarom denk je zo?’,  kunnen leerlingen denken dat die vragen bedoeld om na te gaan of ze in de les wel hebben opgelet. Indirecte vragen, reflectie-oproepende vragen, open vragen en opdrachten, doorspelen van vragen, dilemma’s, enzovoort kunnen dit fenomeen voorkomen.

Als er sprake is van een afwisseling van verticale en horizontale interactie dan spreken we van simultane interactie. Tijdens de interactie tussen leraar en leerlingen kan de leraar beoordelen aan welke soort hints en informatie behoefte is.

Bron: Nelissen, J. M. C. (2002). Interactie: een vakpsychologische analyse (1). Tijdschrift voor nascholing en onderzoek van het reken-wiskundeonderwijs, 20 (4),  3-14

Terug naar beginscherm PLG    -    Terug naar overzicht doelen verwonderen en verkennen