Hoe kan ik me als aankomend leerkracht profileren?

PM in het brede jeugddomein

Download het rapport 'Persoonlijk Meesterschap in het brede jeugddomein' of lees het nieuwsbericht.

Projectleider:
Jan Hoogland (lector Vormend Onderwijs, Viaa Zwolle)

Projectpartners:
Viaa Zwolle
Driestar Educatief Gouda
Christelijke Hogeschool Ede

Korte omschrijving project:
Het project Persoonlijk Meesterschap in het brede jeugddomein probeert in kaart te brengen wat er nodig is voor een goede samenwerking tussen professionals uit het onderwijs en de jeugdhulpverlening om kinderen met gedrags- of gezinsproblemen optimaal te ondersteunen vanuit een gemeenschappelijke focus op het ontwikkelingsperspectief van het kind. Het project bestaat uit een onderzoek onder professionals uit beide domeinen en ouders en zal gebruikt worden voor het ontwikkelen van onderwijsaanbod in de vorm van een Minor Samenwerking in het brede jeugddomein (15 EC) en evt. nascholingsaanbod.

Doel:
Inzicht in de kritieke succes- en faalfactoren van samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp alsmede antwoord op de vraag wat de paradigmashift van de professionals vraagt op het gebied van persoonlijk meesterschap. Dit leidt tot een beter beeld van het uitstroomprofiel jeugdzorgwerker en van leerkrachten / docenten. En de realisatie van een integrale en interdisciplinaire module die door de verschillende hogescholen aan het curriculum kan worden toegevoegd. Hierdoor ontstaat er voor onderwijs- en jeugdhulp professionals vroegtijdig een gemeenschappelijk referentiekader en komt er zicht op elkaars expertise zodat er een betere onderlinge afstemming en een meer integrale werkwijze kan worden bevorderd.

Projectresultaat:
In het CEPM is door Viaa Zwolle, Christelijke Hogeschool Ede en Driestar Educatief te Gouda onderzoek gedaan naar de factoren die van invloed zijn op de slaagkansen van samenwerking tussen Onderwijs en Jeugdhulpverlening. Van deze samenwerking wordt om verschillende redenen veel verwacht. Tegelijk blijkt het in de praktijk niet gemakkelijk die samenwerking ook daadwerkelijk te realiseren.

In het onderzoek is in de eerste plaats in kaart gebracht wat volgens professionals uit onderwijs en zorg de factoren zijn die de slaagkans van samenwerking bepalen. De conclusies hebben betrekking op de volgende thema’s: visie, vaardigheden, attitude, kennis en randvoorwaarden. Belangrijke conclusies zijn dat het duidelijk moet zijn wie de regie heeft in de samenwerking en dat de ouder daar altijd nauw bij betrokken moeten zijn (visie). Als vaardigheden worden vooral communicatievaardigheden genoemd en het vermogen om over de grens van de eigen discipline heen te kijken. Belangrijk is ook dat er onderling veel vertrouwen is tussen ouders en professionals (attitude). Ook een gemeenschappelijk taal en het bij elkaar (zorg-onderwijs) naar binnen kijken wordt belangrijk gevonden (kennis). Gelijkwaardigheid, korte lijnen en structurele aanwezigheid van jeugdzorg op de school worden genoemd als belangrijke randvoorwaarden.

In een tweede slag is opnieuw aan een groep van professionals uit beide domeinen de vraag voorgelegd wat volgens hen nodig is om de samenwerking te kunnen verbeteren. Daaruit komt naar voren dat professionals het belangrijk vinden om integraal te werken, een gemeenschappelijke taal te spreken en te handelen vanuit respect voor elkaars verantwoordelijkheid en deskundigheid. In dit deel van het onderzoek wordt vooral het belang van een meer systemische benadering onderstreept als goede basis voor de samenwerking tussen verschillende domeinen.

Ook zijn er een aantal ouders benaderd voor diepte-interviews over hun ervaringen in de samenwerking tussen onderwijs en jeugdzorg. Zij zouden met name ook meer betrokken willen zijn bij wat er binnen de school gebeurt en verwachten vooral van de onderwijsprofessionals dat hun ouderrol meer erkend wordt.
Een opvallende bevinding uit het onderzoek is dat er tussen beide groepen professionals (uit onderwijs en jeugdhulpverlening) tot op zekere hoogte sprake is van onderling wantrouwen dat de samenwerking nogal eens in de weg staat. Enerzijds zien onderwijsprofessionals de deskundigheid tussen onderwijsmensen en zorgmensen vooral als complementair. Zij willen graag gebruik maken van de deskundigheid van professionals uit het andere domein.

Zorgprofessionals hebben daarentegen nogal eens de neiging om kritisch te zijn op het gebrek aan kennis rond jeugd- en gezinsproblematiek bij onderwijsprofessionals. Zij spreken nauwelijks in term van complementaire taken en verantwoordelijkheden, maar vooral in termen van een deskundigheidstekort bij onderwijsprofessionals.
Tegen die achtergrond wordt geconcludeerd dat het Persoonlijk Meesterschap van professionals, hun professionele zelfbeeld en zelfvertrouwen en hun perceptie van de deskundigheid van professionals van andere disciplines een belangrijke factor zijn in het slagen van mogelijke samenwerking tussen verschillende domeinen.

Contactgegevens:
j.hoogland@viaa.nl; t.spoelstra@viaa.nl